reign
reign
reɪn
rein
/ɹˈe‍ɪn/

Definitie en betekenis van "reign"in het Engels

to reign
01

regeren, heersen

to have control and authority over a place, like a country
Intransitive
to reign definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
reign
3e persoon enkelvoud
reigns
onvoltooid deelwoord
reigning
onvoltooid verleden tijd
reigned
voltooid deelwoord
reigned
Voorbeelden
Queen Victoria reigned from 1837 to 1901, marking the Victorian era.
Koningin Victoria regeerde van 1837 tot 1901, wat het Victoriaanse tijdperk markeerde.
02

heersen, domineren

to be predominant or prevalent
Intransitive
Voorbeelden
The rock band reigned supreme in the music industry during the 1980s, with chart-topping albums and sold-out concerts.
De rockband heerste in de jaren 80 over de muziekindustrie, met albums die bovenaan de hitlijsten stonden en uitverkochte concerten.
01

regering, regering

the length of time during which a king, queen, or other monarch rules
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
reigns
Voorbeelden
During his reign, the empire expanded significantly.
Tijdens zijn regering breidde het rijk aanzienlijk uit.
02

heerschappij, overheersing

a time when a person, group, or thing holds influence, authority, or supremacy
Voorbeelden
The era marked the reign of classical music in the 18th century.
Het tijdperk markeerde de heerschappij van klassieke muziek in de 18e eeuw.
03

regering, heerschappij

the legal, political, or formal authority held by a monarch
Voorbeelden
Reforms were introduced to limit the monarch 's reign.
Er werden hervormingen ingevoerd om de regering van de monarch te beperken.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store