Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to pour out
[phrase form: pour]
01
uitstorten, uitgieten
to freely express one's deep emotions, thoughts, or feelings
Transitive: to pour out one's emotions or thoughts
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
out
basiswerkwoord
pour
tegenwoordige tijd
pour out
3e persoon enkelvoud
pours out
onvoltooid deelwoord
pouring out
onvoltooid verleden tijd
poured out
voltooid deelwoord
poured out
Voorbeelden
During the therapy session, he felt safe to pour out his anxieties and fears.
Tijdens de therapiesessie voelde hij zich veilig om zijn angsten en zorgen te uiten.
02
uitgieten, overgieten
to transfer a liquid from one container to another
Transitive: to pour out a liquid
Voorbeelden
She gently poured out the tea from the teapot into the cups.
Ze schonk voorzichtig de thee uit de theepot in de kopjes.
03
buitenstromen, haastig vertrekken
to leave a place hastily and in large groups
Intransitive: to pour out of a place
Voorbeelden
Employees poured out of the office when the workday ended.
Medewerkers stroomden het kantoor uit toen de werkdag eindigde.
pour out
01
gekenmerkt door tegenovergestelde extremen, volledig tegenovergesteld
characterized by opposite extremes; completely opposed
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
kwalitatief
overtreffende trap
most pour out
vergrotende trap
more pour out
gradueerbaar



























