await
a
ə
ē
wait
ˈweɪt
veit
/əˈweɪt/

Definitie en betekenis van "await"in het Engels

to await
01

afwachten, wachten op

to wait for something or someone
Transitive: to await an event
to await definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
await
3e persoon enkelvoud
awaits
onvoltooid deelwoord
awaiting
onvoltooid verleden tijd
awaited
voltooid deelwoord
awaited
Voorbeelden
The students anxiously await the announcement of exam results.
De studenten wachten vol ongeduld op de aankondiging van de examenresultaten.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store