avouch
a
a
a
vouch
ˈvaʊʧ
vawch
/ɐvˈa‍ʊt‍ʃ/

Definitie en betekenis van "avouch"in het Engels

to avouch
01

bevestigen, getuigen

to strongly and publicly state something as true
Transitive: to avouch sth
to avouch definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
avouch
3e persoon enkelvoud
avouches
onvoltooid deelwoord
avouching
onvoltooid verleden tijd
avouched
voltooid deelwoord
avouched
Voorbeelden
In his speech, the leader avouched the organization's unwavering commitment to its mission.
In zijn toespraak verklaarde de leider de onwrikbare inzet van de organisatie voor haar missie.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store