Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to avouch
01
bevestigen, getuigen
to strongly and publicly state something as true
Transitive: to avouch sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
avouch
3e persoon enkelvoud
avouches
onvoltooid deelwoord
avouching
onvoltooid verleden tijd
avouched
voltooid deelwoord
avouched
Voorbeelden
In his speech, the leader avouched the organization's unwavering commitment to its mission.
In zijn toespraak verklaarde de leider de onwrikbare inzet van de organisatie voor haar missie.



























