Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to overcome
01
overwinnen, overkomen
to succeed in solving, controlling, or dealing with something difficult
Transitive: to overcome something difficult
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
actiewerkwoord
onregelmatig
tegenwoordige tijd
overcome
3e persoon enkelvoud
overcomes
onvoltooid deelwoord
overcoming
onvoltooid verleden tijd
overcame
voltooid deelwoord
overcome
Voorbeelden
She overcame obstacles in her career by demonstrating resilience and determination.
Ze overwon obstakels in haar carrière door veerkracht en vastberadenheid te tonen.
02
verslaan, overwinnen
to defeat someone or something in a contest or battle
Transitive: to overcome an opponent
Voorbeelden
She overcame her rivals in the final match to win the tournament.
Ze versloeg haar rivalen in de finale om het toernooi te winnen.
03
overweldigen, overmannen
to be strongly affected or overwhelmed by a particular feeling or emotion
Transitive: to overcome sb
Voorbeelden
He was overcome with grief after hearing the sad news.
Hij was overmand door verdriet na het horen van het droevige nieuws.
04
overwinnen, verslaan
to succeed in defeating an opponent or prevailing in a challenge or competition
Transitive: to overcome an ooponent
Voorbeelden
The team overcame their rivals in a thrilling final match.
Het team overwon hun rivalen in een spannende finale.
Lexicale Boom
overcome
come



























