Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to leave off
01
ophouden, beëindigen
to conclude or cease, often in an abrupt or incomplete manner
Intransitive: to leave off | to leave off with sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
off
basiswerkwoord
leave
tegenwoordige tijd
leave off
3e persoon enkelvoud
leaves off
onvoltooid deelwoord
leaving off
onvoltooid verleden tijd
left off
voltooid deelwoord
left off
Voorbeelden
The story leaves off with the protagonist facing an uncertain future, leaving readers eager for the sequel.
Het verhaal eindigt met de hoofdpersoon die voor een onzekere toekomst staat, waardoor lezers verlangen naar het vervolg.
02
weglaten, uitsluiten
to exclude someone or something from a list, consideration, or selection
Transitive: to leave off sb/sth
Voorbeelden
The organizers left my name off from the invitation list, causing me to miss the event.
De organisatoren hebben mijn naam weggelaten van de uitnodigingslijst, waardoor ik het evenement heb gemist.
03
ophouden, stoppen
to discontinue the use or consumption of something
Transitive: to leave off sue or consumption of something
Voorbeelden
The doctor advised me to leave off smoking, as it was detrimental to my health.
De dokter adviseerde me om te stoppen met roken, omdat het schadelijk was voor mijn gezondheid.
04
ophouden, stoppen
to discontinue an activity, either temporarily or permanently
Intransitive
Transitive: to leave off an activity
Voorbeelden
Please leave off your incessant chatter and focus on the task at hand.
Houd alsjeblieft op met je aanhoudende geklets en focus op de taak die voorhanden is.



























