to lean on
lean
li:n
lin
on
ɒn
on

Definitie en betekenis van "lean on"in het Engels

to lean on
01

leunen op, vertrouwen op

to rely on someone or something for assistance, guidance, etc. 
Transitive: to lean on sb
to lean on definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
on
basiswerkwoord
lean
tegenwoordige tijd
lean on
3e persoon enkelvoud
leans on
onvoltooid deelwoord
leaning on
onvoltooid verleden tijd
leaned on
voltooid deelwoord
leaned on
Voorbeelden
The company has leaned on its loyal customers for years. 

Het bedrijf heeft jarenlang geleund op zijn trouwe klanten.

02

druk uitoefenen op, onder druk zetten

to use threats or pressure to control someone's actions or decisions 
Transitive: to lean on sb
Ditransitive: to lean on sb to do sth
to lean on definition and meaning
Voorbeelden
The police leaned on the suspect until they confessed. 

De politie oefende druk uit op de verdachte totdat hij bekende.

03

leunen op, vertrouwen op

to rely on something, such as a wall, for physical support or stability 
Transitive: to lean on a support structure
to lean on definition and meaning
Voorbeelden
The tired hiker is leaning on his walking stick for support. 

De vermoeide wandelaar leunt op zijn wandelstok voor steun.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store