fade-infall out
van 29
fade-infall out
fade-in[n]

infaden,geleidelijk verschijnen

fade-out[n]

uitvaging,geleidelijk verdwijnen

faded[adj]

vervaagd,uitgewassen

faeroese[n]

Faeröers,Faeröerse taal

faff around[v]

tijd verspillen,ronddraaien

fag[n][v]

sigaret,sjekkie • uitputten,vermoeien

fag hag[n]

de heterovriendin van homo's,fag hag

fag out[v]

uitgeput zijn,afgemat zijn

fag stag[n]

gay-stag,hetero metgezel van homo's

fag tits[n]

homo-tieten,flikkertieten

fag-lamer[n]

homofobe belediger,homofobe trol

fagged[adj]

uitgeput,afgemat

faggot[n][v]

takkenbos,bundel brandhout • in een bundel binden,in een bundel vastbinden

faglame[v]

beledigen door gay te noemen,aanvallen door homoseksueel te noemen

fahrenheit[adj]

Fahrenheit,gerelateerd aan de Fahrenheit-schaal

fail[v][n]

mislukken,falen • mislukking,fout

fail-safe[n][adj]

veiligheidsmechanisme,fail-safe systeem • foutveilig,veilig

failed[adj]

mislukt,gefailleerd

failed abortion[n]

mislukte abortus,abortusmislukking

failing[adj][prep][n]

mislukkend,achteruitgaand • bij gebrek aan • mislukking,fout

failson[n]

mislukte zoon,incompetente erfgenaam

failure[n]

mislukking,falen

fain[adv][adj]

graag,met plezier • klaar,voorbereid

faint[adj][v][n]

zwak,licht • flauwvallen,buiten westen raken • flauwte,syncope

faint of heart[phrase]

zwakke zenuwen

faint-hearted[adj]

lafhartig,besluiteloos

faintly[adv]

zwak,licht

faintness[n]

zwakte,bleekheid

fair[adj][n][v][adv]

eerlijk,rechtvaardig • kermis,lunapark • glad maken,aanpassen • eerlijk

fair and square[adj][phrase]

eerlijk en oprecht,fair • eerlijk en volgens de regels

fair dinkum[adj]

echt,eerlijk

fair hearing[n]

eerlijk gehoor,billijke hoorzitting

fair to middling[phrase]

redelijk

fair trade[n]

eerlijke handel

fair use[n]

eerlijk gebruik,billijk gebruik

fair weather[n]

gematigd weer,mooi weer

fair-haired[adj]

blond,lichtharig

fair-haired boy[phrase]

het lievelingetje

fair-weather friend[n]

mooiweer-vriend

fairing[n]

kuip,aerodynamische kuip

fairlie locomotive[n]

Fairlie-locomotief,Fairlie-machine

fairly[adv]

eerlijk,rechtvaardig

fairness[n]

eerlijkheid,onpartijdigheid

fairway[n]

fairway,baan

fairy[n]

fee,fee

fairy godmother[n]

fee peetmoeder,magische peetmoeder

fairy tale[n]

sprookje,toververhaal

fait accompli[n]

voldongen feit

faith[n]

geloof,overtuiging

faith healing[n]

geloofsgenezing,spirituele genezing

faithful[adj][n]

trouw, loyaal • getrouwen,aanhangers

faithfully[adv]

trouw

faithless[adj]

ontrouw,trouweloos

fajita[n]

fajita,een gerecht van reepjes vlees, gesneden groenten en kaas verpakt in een tortilla en vaak geserveerd met zure room, afkomstig uit Mexico

fake[adj][v][n]

nep,vervalst • vervalsen,nadoen met de bedoeling te misleiden • nep,imitatie

fake eyelash[n]

nepwimpers,kunstwimpers

fake news[n]

nepnieuws,valse nieuws

fake pass[n]

nep pas,misleidende pas

fakie[n]

fakie,achteruit rijden

falafel[n]

falafel,kikkererwtenbal

falcon[n][v]

valk,havik • valken,jagen met valken

fall[v][n]

vallen, neerstorten • herfst

fall about[v]

dubbel liggen van het lachen,schuddebuiken van het lachen

fall apart[v]

uit elkaar vallen,uiteenvallen

fall asleep[phrase]
fall at the hurdle[phrase]

meteen aan het begin falen

fall away[v]

vervagen,afnemen

fall back[v]

terugvallen,zich terugtrekken

fall back into old habits[phrase]
fall back on[v]

terugvallen op,vertrouwen op

fall behind[v]

achterblijven,achterlopen

fall between two stools[phrase]

tussen twee keuzes misgrijpen

fall by the wayside[phrase]

gaandeweg afhaken

fall down[v]

vallen,neerstorten

fall flat[phrase]

volledig mislukken

fall flat on face[phrase]

pijnlijk falen

fall for[v]

verliefd worden op,vallen voor

fall for a pretty face[phrase]
fall from grace[phrase]

in ongenade vallen

fall from lips[phrase]
fall head over heels[phrase]
fall ill[phrase]
fall in[v]

instorten,ineenstorten

fall in love[phrase]
fall in with[v]

instemmen met,accepteren

fall into[v]

vervallen in,beginnen met

fall into a coma[phrase]
fall into a trap[phrase]

in de val trappen

fall into lap[phrase]

zomaar in zijn schoot vallen

fall into place[phrase]

op zijn plek vallen

fall off[v]

vallen,afvallen

fall off the wagon[phrase]
fall on[v]

vallen op,ondergaan

fall on deaf ears[phrase]

aan dovemansoren gericht zijn

fall on feet[phrase]
fall on hard times[phrase]
fall on shoulders[phrase]
fall on stony ground[phrase]

in dovemansoren vallen

fall on sword[phrase]

de schuld op je nemen

fall out[v]

ruzie krijgen,de vriendschap verbreken

LanGeek
Download de App