zählen
zählen
t͡sɛ:lɐn
tseln
zahlenzähmen

Definitie en betekenis van "zählen"in het Duits

zählen
01

tellen, opsommen

Zahlen der Reihe nach sagen 
zählen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
zähle
3e persoon enkelvoud
zählt
onvoltooid deelwoord
zählend
onvoltooid verleden tijd
zählte
voltooid deelwoord
gezählt
Voorbeelden
Das Kind kann schon bis hundert zählen. 

Het kind kan al tot honderd tellen.

02

tellen, opsommen

Eine bestimmte Anzahl von Mitgliedern haben 
zählen definition and meaning
Voorbeelden
Die Gruppe zählt zwanzig Mitglieder. 

De groep telt twintig leden.

03

tellen, belangrijk zijn

Wichtig oder gültig sein 
zählen definition and meaning
Voorbeelden
Nur deine Meinung zählt für mich. 

Alleen jouw mening telt voor mij.

04

rekenen tot, beschouwen als

Als Teil von etwas betrachten 
Voorbeelden
Ich zähle ihn zu meinen Freunden. 

Ik tel hem onder mijn vrienden.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store