zÀhlen
Pronunciation
/ˈʊɛːlən/

Definitie en betekenis van "zÀhlen"in het Duits

zÀhlen
[past form: zÀhlte]
01

tellen, opsommen

Zahlen der Reihe nach sagen
zÀhlen definition and meaning
Voorbeelden
ZĂ€hl bitte das Geld.
Tel alsjeblieft het geld.
02

tellen, opsommen

Eine bestimmte Anzahl von Mitgliedern haben
zÀhlen definition and meaning
Voorbeelden
Die Klasse zĂ€hlt nur zehn SchĂŒler.
De klas telt slechts tien leerlingen.
03

tellen, belangrijk zijn

Wichtig oder gĂŒltig sein
zÀhlen definition and meaning
Voorbeelden
In dieser PrĂŒfung zĂ€hlt jede Minute.
In dit examen telt elke minuut.
04

rekenen tot, beschouwen als

Als Teil von etwas betrachten
Voorbeelden
Er zÀhlt das Buch zu seinen Favoriten.
Hij rekent het boek tot zijn favorieten.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store