platzen
Pronunciation
/ˈplat͡sn̩/

Definitie en betekenis van "platzen"in het Duits

platzen
[past form: platzte]
01

barsten

Plötzlich kaputtgehen
platzen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
platze
3e persoon enkelvoud
platzt
onvoltooid deelwoord
platzend
onvoltooid verleden tijd
platzte
voltooid deelwoord
geplatzt
Voorbeelden
Die Wasserflasche platzte im Gefrierfach.
De waterfles barstte in de vriezer.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store