Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le sujet
[gender: masculine]
01
onderwerp, thema
thème principal d'une conversation, d'un texte ou d'une réflexion
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
sujets
Voorbeelden
Quel est le sujet du livre ?
Wat is het onderwerp van het boek?
02
reden, oorzaak
ce qui justifie une action ou un état ; la cause profonde de quelque chose
Voorbeelden
Ils cherchent le sujet du problème technique.
Ze zoeken het onderwerp van het technische probleem.
03
onderwerp, grammaticaal onderwerp
élément de la phrase qui fait l'action
Voorbeelden
Un sujet peut être implicite en français.
Een onderwerp kan impliciet zijn in het Frans.
01
onderworpen aan, blootgesteld aan
qui est exposé à quelque chose ou dépendant de quelque chose
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
relationeel
niet gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
sujet
mannelijk meervoud
sujets
vrouwelijk enkelvoud
sujette
vrouwelijk meervoud
sujettes
Voorbeelden
Ce matériau est sujet à la corrosion.
Dit materiaal is onderhevig aan corrosie.



























