Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
interloquer
01
verbijsteren, in verwarring brengen
surprendre ou déconcerter quelqu'un au point de le laisser sans voix
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
interloque
1e persoon meervoud
interloquons
1e persoon toekomende tijd
interloquerai
onvoltooid deelwoord
interloquant
voltooid deelwoord
interloqué
1e persoon meervoud imperfectum
interloquions
Voorbeelden
Les spectateurs étaient interloqués par la tournure de l' histoire.
De toeschouwers waren verbijsterd door de wending in het verhaal.



























