Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
détenir
01
bezitten, in bezit hebben
avoir ou posséder quelque chose
Voorbeelden
Cette entreprise détient la majorité des parts.
Dit bedrijf houdt de meerderheid van de aandelen.
02
vasthouden, bezitten
garder quelqu'un ou quelque chose sous contrôle ou en sa possession
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
détiens
1e persoon meervoud
détenons
1e persoon toekomende tijd
détiendrai
onvoltooid deelwoord
détenant
voltooid deelwoord
détenu
1e persoon meervoud imperfectum
détenions
Voorbeelden
Elle détient les documents importants de l' entreprise.
Zij beheert de belangrijke documenten van het bedrijf.
03
bewaren
garder une information ou un secret
Voorbeelden
Le journaliste détient les faits avant de publier l' article.
De journalist houdt de feiten achter voordat hij het artikel publiceert.



























