asseoir
asseoir
aswaʁ
asvar

Definitie en betekenis van "asseoir"in het Frans

asseoir
01

gaan zitten, plaatsnemen

prendre place en position assise 
asseoir definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
être
1e persoon enkelvoud
assois
1e persoon meervoud
asseyons
1e persoon toekomende tijd
assoirai
onvoltooid deelwoord
asseyant
voltooid deelwoord
assis
1e persoon meervoud imperfectum
asseyions
Voorbeelden
Je m'assois toujours près de la fenêtre. 

Ik ga altijd bij het raam zitten.

02

vestigen, grondvesten

établir fermement, fonder quelque chose 
asseoir definition and meaning
Voorbeelden
Ils ont assis leur réputation sur la qualité de leur travail. 
03

plaatsen, zetten

placer ou disposer quelque chose solidement 
asseoir definition and meaning
Voorbeelden
Il a assis la lampe sur la table. 

Hij plaatste de lamp op de tafel.

04

zetten, plaatsen

faire prendre place à quelqu'un en position assise 
Voorbeelden
Il a assis les enfants autour de la table. 

Hij zette de kinderen rond de tafel.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store