assembler
assembler
asɑ̃ble
asaable
assemblée

Definitie en betekenis van "assembler"in het Frans

assembler
01

verzamelen, samenvoegen

réunir des éléments dispersés 
assembler definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
assemble
1e persoon meervoud
assemblons
1e persoon toekomende tijd
assemblerai
onvoltooid deelwoord
assemblant
voltooid deelwoord
assemblé
1e persoon meervoud imperfectum
assemblions
Voorbeelden
Le professeur assemble les élèves dans la cour. 

De leraar verzamelt de leerlingen op het schoolplein.

02

monteren, in elkaar zetten

monter des pièces pour former un objet 
assembler definition and meaning
Voorbeelden
Il assemble les pièces du puzzle. 

Assembleert de puzzelstukken.

03

zich verzamelen, samenkomen

se réunir en un groupe 
assembler definition and meaning
Voorbeelden
Les manifestants s'assemblent sur la place principale. 

De demonstranten verzamelen zich op het hoofdplein.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store