Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
L'assiette
01
bord, schotel
objet plat et rond sur lequel on met la nourriture
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
assiettes
Voorbeelden
Il a posé le gâteau sur l'assiette.
Hij zette de taart op het bord.
02
terrein, locatie
surface sur laquelle on construit un bâtiment ou on installe quelque chose
Voorbeelden
L'assiette du bâtiment doit être bien nivelée.
De bouwplaats moet goed genivelleerd zijn.
03
zitpositie, positie
position correcte et stable du cavalier sur un cheval
Voorbeelden
Ce cavalier a une excellente assiette.
Deze ruiter heeft een uitstekende zit.



























