affoler
Pronunciation
/afɔlˈe/

Definitie en betekenis van "affoler"in het Frans

affoler
01

bang maken, in paniek brengen

provoquer une grande peur ou désordre chez quelqu'un
affoler definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
affole
1e persoon meervoud
affolons
1e persoon toekomende tijd
affolerai
onvoltooid deelwoord
affolant
voltooid deelwoord
affolé
1e persoon meervoud imperfectum
affolions
Voorbeelden
Il a affolé son frère en surgissant derrière lui.
Hij schrok zijn broer door achter hem vandaan te springen.
02

in paniek raken, overstuur raken

devenir très inquiet ou paniqué
affoler definition and meaning
Voorbeelden
Les passagers se sont affolés pendant la panne de l' ascenseur.
De passagiers raakten in paniek tijdens de liftstoring.
03

verontrusten, in paniek brengen

rendre quelqu'un très inquiet ou paniqué
affoler definition and meaning
Voorbeelden
Ses paroles ont affolé ses collègues.
Zijn woorden maakten zijn collega's in paniek.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store