affronter
affronter
afʁɔ̃te
afrawte
affréter

Definitie en betekenis van "affronter"in het Frans

affronter
01

confronteren, het hoofd bieden

regarder en face et supporter une difficulté, un problème ou une épreuve sans fuir 
affronter definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
affronte
1e persoon meervoud
affrontons
1e persoon toekomende tijd
affronterai
onvoltooid deelwoord
affrontant
voltooid deelwoord
affronté
1e persoon meervoud imperfectum
affrontions
Voorbeelden
Il doit affronter ses peurs pour avancer. 

Hij moet zijn angsten onder ogen zien om vooruit te komen.

02

confronteren, tegenwerken

lutter contre un adversaire, s'opposer à quelqu'un dans un combat ou une compétition 
affronter definition and meaning
Voorbeelden
Les manifestants ont affronté la police toute la nuit. 

De demonstranten confronteerden de politie de hele nacht.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store