essorerexact
van 7
essorerexact
essorer[v]
essuie-tout[n]

keukenpapier,papieren handdoek

essuyer[v]

afvegen,schoonmaken

est[n][adj]

oosten,oost • oostelijk,van het oosten

esthétique[adj]

esthetisch,esthetisch

estimation[n]
estime[n]

achting,respect

estimer[v]

schatten,bij benadering berekenen

estival[adj]
estomac[n]

maag,buik

estomper[v]

uitvagen,verzachten

estropier[v]

verminken,kreupel maken

et[conj]

en

étable[n]

stal,koestal

établir[v]

vestigen,oprichten

établissement[n]

instelling,inrichting

étage[n]

verdieping,etage

étagère[n]

plank,rek

étain[n]

tin,witmetaal

étalage[n]

show

étaler[v]

uitspreiden,verdelen

étalon[n]

hengst,fokhengst

étang[n]

vijver,klein meer

état[n]

staat,toestand

états-unis[n]

Verenigde Staten,Verenigde Staten van Amerika

été[n]

zomer,zomerseizoen

éteindre[v]

uitschakelen,afsluiten

éteint[adj]

uitgeschakeld,uit

étendre[v]

uitspreiden,uitbreiden

étendue[n]
éternel[adj]

eeuwig,oneindig

éternité[n]

eeuwigheid,oneindigheid

éternuement[n]

niezen,nies

éternuer[v]

niezen,niezen

éthique[n][adj]

ethiek,moraliteit • ethisch,moreel

ethnologue[n]
étincelant[adj]

vonkelend,schitterend

étiquetage[n]
étiquette[n]

etiket,label

étirer[v]

uitrekken,strekken

étoffe[n]
étoile[n]

ster,hemellichaam

étoile de mer[n]

zeester,sterrenvis

étonnant[adj]
étonné[adj]

verbaasd,verrast

étonnement[n]

verbazing,verwondering

étourderie[n]

verstrooidheid,onoplettendheid

étourdi[adj]

verstrooid,onoplettend

étourdir[v]

verdooven,verwarren

étourdissement[n]
étrange[adj]

vreemd,raar

étranger[n][adj]

vreemdeling,onbekende • buitenlands,vreemd

être[v][n]

zijn • wezen,individu

être à bout[phrase]
être à cran[phrase]
être au four et au moulin[phrase]
être aux anges[phrase]
être dans la lune[phrase]
être dans le rouge[phrase]
être du même avis[phrase]
être en colère[phrase]
être en panne[phrase]
étroit[adj]

smal,krap

étude[n]

studie,onderzoek

études[n]

onderwijs,studie

études sociales[n]

maatschappijleer,sociale wetenschappen

étudiant[n]

universiteitsstudent

étudier[v]

studeren

euphémisme[n]
euphorique[adj]

stralend,glanzend

euro[n]
europe[n]
européen[adj][n]
eux[pron]

hen,hun

évacuation[n]

evacuatie,afvoer

évaluation[n]

beoordeling,evaluatie

évaluer[v]

beoordelen,meten

évangélisation[n]
évanouir[v]

flauwvallen,het bewustzijn verliezen

évaporation[n]
évaporer[v]
évasion[n]

ontsnapping,vlucht

éveiller[v]

wekken,opwekken

événement[n]

gebeurtenis,evenement

éventail[n]

waaier,handwaaier

éventrer[v]
éventuellement[adv]
évertuer[v]
évidemment[adv]

duidelijk

évident[adj]

duidelijk,voor de hand liggend

évier[n]

gootsteen,wasbak

éviter[v]

vermijden

évoluer[v]

evolueren,zich ontwikkelen

évolution[n]

evolutie,ontwikkeling

évolutionnisme[n]
évoquer[v]

oproepen,herinneren

ex-femme[n]

ex-vrouw,ex-echtgenote

ex-mari[n]

ex-man,ex-echtgenoot

exacerber[v]

verergeren,verscherpen

exact[adj]

exact,correct

LanGeek
Download de App