épaisessor
van 7
épaisessor
épais[adj]

dik,dicht

épaisseur[n]

dikte,dichtheid

épanouir[v]

opbloeien,gedijen

épargne[n]
épargner[v]

sparen

épaule[n]

schouder,rug

éphémère[adj]
épi[n]

aar,kolf

épice[n]

kruid,specerij

épicé[adj]

pittig,gekruid

épicer[v]

kruiden,specerijen toevoegen

épicerie[n]

kruidenier,supermarkt

épidémie[n]

epidemie,ziekte-uitbraak

épidémiologique[adj]
épilation[n]

ontharing,haarverwijdering

épilation laser[n]

laserontharing,haarverwijdering met laser

épilepsie[n]

epilepsie

épiler[v]

ontharen,haar verwijderen

épilogue[n]

epiloog,slotdeel

épinard[n]

spinazie,spinaziebladeren

épingle[n]

speld,haaknaald

épiphanie[n]
épique[adj]

episch,heroïsch

épisode[n]

aflevering,episode

épisode pilote[n]

pilootaflevering,proefaflevering

éplucher[v]

schillen

éplucheur[n]

schiller,aardappelschiller

éponge[n]

spons,afwasborstel

époque[n]

tijdperk,era

épouser[v]

met iemand trouwen,in het huwelijk treden met iemand

époustouflant[adj]
épouvantable[adj]
époux[n]

echtgenoot,echtgenoot

épreuve[n]

toets,examen

épris[adj]

verliefd,verzot

éprouver[v]

testen

épuisé[adj]

uitgeput,afgemat

épuisement[n]
épuiser[v]

uitputten,verbruiken

équatorial[adj]
équilibre[n]

evenwicht,balans

équilibré[adj]

evenwichtig,harmonisch

équipage[n]

bemanning,ploeg

équipe[n]

team,ploeg

équipement[n]

uitrusting

équitable[adj]

eerlijk,billijk

équitation[n]

paardrijden,ruitersport

équivoque[adj][n]

dubbelzinnig,meerduidig • dubbelzinnigheid,meerduidigheid

ère[n]

tijdperk,era

ériger[v]

bouwen,oprichten

érosion[n]
errer[v]
erreur[n]

fout,vergissing

érudit[adj][n]

geleerd,ontwikkeld • geleerde,erudiet

érudition[n]

eruditie,geleerdheid

éruption[n]

uitbarsting,vulkaanuitbarsting

escabeau[n]

krukje,tree

escalade[n]
escalade de roche[n]

rotsklimmen,klimmen op rotsen

escalader[v]

beklimmen,opklimmen

escale[n]
escalier[n]

trap,trede

escapade[n]

ontsnapping,vlucht

escargot[n]

slak,landslak

escarpé[adj]

steil,hellend

escarpement[n]
escarpin[n]

pumps,hoge hakken

esclave[n]

slaaf,knecht

escrime[n]

schermen,schermsport

escroc[n]

oplichter,zwendelaar

escroquer[v]

bedriegen,oplichten

escroquerie[n]

oplichting,bedrog

espace[n]

ruimte,plaats

espace menacé[n]

bedreigd gebied

espace vert[n]

groene ruimte,groenzone

espadon[n]

breed zwaard,tweesnijdend zwaard

espagne[n]

Spanje

espagnol[adj][n]

Spaans • Spaans

espèce[n]

soort,type

espèces[n]

contant geld,contanten

espérance[n]

hoop,verwachting

espérer[v]

hopen,verwachten

espiègle[adj]

ondeugend

espièglerie[n]

ondeugendheid

espion[n]
espionnage[n]

spionagegenre,spionagenre

espoir[n]

hoop,verwachting

espresso[n]

espresso

esprit[n]

gemoedstoestand,humor

esprit d'équipe[n]

teamgeest,teamwerk

esquimau[n]

ijsje

esquisse[n]

schets,ontwerp

esquisser[v]

schetsen,uitwerken

essai[n]

proef,test

essaimage[n]
essayer[v]

proberen,trachten

essayiste[n]

essayist,essayschrijver

essence[n]

benzine,brandstof

essentiel[adj][n]

essentieel,fundamenteel • het wezenlijke,het hoofd punt

essor[n]

vlucht,opstijging

LanGeek
Download de App