Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
estropier
01
verminken, kreupel maken
rendre une personne ou un animal invalide ou mutilé
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
onscheidbaar
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
estropie
1e persoon meervoud
estropions
1e persoon toekomende tijd
estropierai
voltooid deelwoord
estropié
1e persoon meervoud imperfectum
estropiions
Voorbeelden
Il a été estropié lors de la guerre.
Hij werd verminkt tijdens de oorlog.
02
verminken, bederven
modifier ou altérer quelque chose de façon incorrecte ou défectueuse
Voorbeelden
Elle a estropié la chanson en changeant les paroles.
Ze verminkte het lied door de tekst te veranderen.



























