Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
desconectar
01
loskoppelen, de stekker eruit trekken
dejar de proporcionar energía eléctrica a un aparato o interrumpir su conexión física
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
desconecto
3e persoon enkelvoud
desconecta
onvoltooid deelwoord
desconectando
onvoltooid verleden tijd
desconectó
voltooid deelwoord
desconectado
Voorbeelden
Tuvimos que desconectar el refrigerador viejo para llevarlo a reciclar.
We moesten de oude koelkast loskoppelen om hem naar de recycling te brengen.
02
loskoppelen, het contact verliezen
perder el contacto, la comunicación o el vínculo emocional con una persona
Voorbeelden
Es triste ver cómo te desconectas de tus viejos amigos poco a poco.
Het is triest om te zien hoe je je geleidelijk afsluit van je oude vrienden.
03
verbreken, loskoppelen
interrumpir o perder la conexión a internet o red
Voorbeelden
Necesitas desconectar tu cuenta de Google del dispositivo antes de venderlo.
U moet uw Google-account van het apparaat ontkoppelen voordat u het verkoopt.



























