tener
te
te
te
ner
ˈneɾ
ner
temertendertejer

Definitie en betekenis van "tener"in het Spaans

01

hebben

poseer algo o contar con algo 
tener definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
sterk
1e persoon enkelvoud
tengo
3e persoon enkelvoud
tiene
onvoltooid deelwoord
teniendo
onvoltooid verleden tijd
tuve
voltooid deelwoord
tenido
Voorbeelden
Tengo un coche nuevo. 

Ik heb een nieuwe auto.

02

hebben

experimentar o sentir algo, como miedo, hambre o sueño 
tener definition and meaning
Voorbeelden
Tengo hambre. 

Honger hebben.

03

hebben

poseer o haber programado algo 
tener definition and meaning
Voorbeelden
Tengo una reunión importante mañana. 
04

dragen, aanhebben

llevar puesto algo, como ropa o accesorios 
tener definition and meaning
Voorbeelden
Él tiene un sombrero rojo. 
05

moeten, verplicht zijn

expresar obligación o necesidad de hacer algo 
tener definition and meaning
Voorbeelden
Tengo que estudiar para el examen. 

Ik moet studeren voor het examen.

06

zijn

indicar cuántos años posee alguien 
Voorbeelden
Tengo veinte años. 

Ik ben twintig jaar oud.

07

bij zich hebben, dragen

verbo que indica que alguien lleva algo consigo 
Voorbeelden
¿Tienes tu pasaporte contigo? 

Heeft u uw paspoort bij u ?

08

hebben

verbo que indica posesión de cualidades, características o rasgos 
Voorbeelden
Mi hermano tiene el pelo rizado. 

Mijn broer heeft krullend haar.

09

hebben, lijden aan

padecer o estar afectado por una enfermedad o condición 
Voorbeelden
Tengo fiebre desde ayer. 
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store