Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to invade
01
binnenvallen, militair bezetten
to enter a territory using armed forces in order to occupy or take control of it
Intransitive
Transitive: to invade a territory
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
invade
3e persoon enkelvoud
invades
onvoltooid deelwoord
invading
onvoltooid verleden tijd
invaded
voltooid deelwoord
invaded
Voorbeelden
The army decided to invade the neighboring country to secure vital resources.
Het leger besloot het buurland binnen te vallen om vitale hulpbronnen te verkrijgen.
02
binnendringen, overtreden
to intrude upon or encroach on someone’s personal space, thoughts, or feelings
Transitive: to invade someone's privacy or thoughts
Voorbeelden
His constant questioning seemed to invade her privacy, making her uncomfortable.
Zijn constante vragen leken haar privacy te binnendringen, wat haar ongemakkelijk maakte.
03
binnenvallen, in grote aantallen binnenkomen
to enter a place, situation, or activity in large numbers
Transitive: to invade a place or situation
Voorbeelden
The protesters invaded the government building, demanding immediate action.
De demonstranten vielen het regeringsgebouw binnen en eisten onmiddellijke actie.
04
binnendringen, aantasten
(of a parasite or disease) to spread into and affect an organism or part of its body
Transitive: to invade an organ or tissue
Voorbeelden
The virus invaded his respiratory system, leading to severe pneumonia.
Het virus viel zijn ademhalingssysteem aan, wat leidde tot ernstige longontsteking.
Lexicale Boom
invader
invading
invasion
invade



























