Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Favorite
01
favoriet, lieveling
someone or something that one likes more among others of the same kind
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
favorites
Voorbeelden
Ice cream is my favorite dessert, especially the chocolate flavor.
IJs is mijn favoriete dessert, vooral de chocoladesmaak.
02
favoriet, lieveling
a person particularly loved or cherished
Voorbeelden
She was the teacher's favorite in the class.
Zij was de favoriet van de leraar in de klas.
03
favoriet, lieveling
a competitor considered most likely to win a contest
Voorbeelden
The athlete was the favorite to take the gold medal.
De atleet was de favoriet om de gouden medaille te winnen.
04
favoriet, bladwijzer
a saved record of a file, webpage, or location for easy future access
Voorbeelden
He added the website to his favorites for quick reference.
Hij voegde de website toe aan zijn favorieten voor snelle referentie.
favorite
01
favoriet, voorkeur
liked or preferred the most among the rest that are from the same category
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
niet gradueerbaar
Voorbeelden
His favorite hobby is playing guitar in his free time.
Zijn favoriete hobby is gitaar spelen in zijn vrije tijd.
to favorite
01
toevoegen aan favorieten, markeren als favoriet
to mark, like, or save online content for easy access or future reference
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
favorite
3e persoon enkelvoud
favorites
onvoltooid deelwoord
favoriting
onvoltooid verleden tijd
favorited
voltooid deelwoord
favorited
Voorbeelden
She favorited the article to read later.
Ze heeft het artikel als favoriet gemarkeerd om later te lezen.



























