faze
faze
feɪz
feiz
/fˈe‍ɪz/

Definitie en betekenis van "faze"in het Engels

to faze
01

van zijn stuk brengen, ontregelen

to unsettle someone, often leading them to lose their confidence or peace temporarily
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
faze
3e persoon enkelvoud
fazes
onvoltooid deelwoord
fazing
onvoltooid verleden tijd
fazed
voltooid deelwoord
fazed
Voorbeelden
The resilient athlete refused to let a minor injury faze her during the crucial competition.
De veerkrachtige atleet weigerde zich door een kleine blessure van haar stuk te laten brengen tijdens de cruciale wedstrijd.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store