Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to disencumber
01
ontlasten, bevrijden
to relieve someone of a burden
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
disencumber
3e persoon enkelvoud
disencumbers
onvoltooid deelwoord
disencumbering
onvoltooid verleden tijd
disencumbered
voltooid deelwoord
disencumbered
Voorbeelden
After the renovation, the room was disencumbered of all its clutter and felt much more spacious.
Na de renovatie was de kamer ontdaan van alle rommel en voelde veel ruimer aan.
Lexicale Boom
disencumber
encumber
cumber



























