Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to dab
01
deppen, licht aanraken
to touch or strike something with a quick and light movement
Transitive: to dab sth
Voorbeelden
The chef instructed the apprentice to carefully dab the brush in the sauce and gently coat the dish.
De chef instrueerde de leerling om voorzichtig de kwast in de saus te dippen en het gerecht zachtjes te bedekken.
02
aanstippen, aanbrengen met kleine
to apply or spreading a substance onto a surface using small, quick movements
Transitive: to dab a substance onto a surface
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
dab
3e persoon enkelvoud
dabs
onvoltooid deelwoord
dabbing
onvoltooid verleden tijd
dabbed
voltooid deelwoord
dabbed
Voorbeelden
She dabbed a bit of sunscreen onto her nose to protect it from the sun.
Ze depte een beetje zonnebrandcrème op haar neus om hem tegen de zon te beschermen.
03
dabben, een dab nemen
to inhale concentrated cannabis extracts by heating them, typically using a dab rig or vaporizer
slang
Voorbeelden
He dabbed some wax before going to the festival.
Hij dabte wat wax voordat hij naar het festival ging.
01
scharbot, bot
a small flatfish that lives in deep waters and is eaten as food, originated in the North Atlantic
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
dier
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
dabs
02
een lichte aanraking, een zachte strijk
a light touch or stroke
03
een beetje, een kleine hoeveelheid
a small quantity of something moist or liquid
04
een hijs, een dab
a small amount of concentrated cannabis oil vaporized and inhaled
slang
Voorbeelden
He took a dab and coughed for five minutes straight.
Hij nam een dab en hoestte vijf minuten lang achter elkaar.



























