Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to conjure
01
oproepen, uitroepen
to summon or invoke a spirit, demon, or supernatural force, often through rituals or magic
Voorbeelden
The magician claimed to conjure spirits from another realm.
De goochelaar beweerde geesten uit een ander rijk te kunnen oproepen.
02
samenzweren, beramen
to secretly or covertly join in a conspiracy or plot, often with others
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
conjure
3e persoon enkelvoud
conjures
onvoltooid deelwoord
conjuring
onvoltooid verleden tijd
conjured
voltooid deelwoord
conjured
Voorbeelden
The rebels were said to have conjured a plan in the dead of night.
Er werd gezegd dat de rebellen midden in de nacht een plan hadden beraamd.
03
smeken, bidden
to urgently or earnestly ask or plead with someone to do something
Ditransitive: to conjure sb to do sth
Voorbeelden
In her speech, she conjured the crowd to take action against the injustice.
In haar toespraak smeekte ze de menigte om actie te ondernemen tegen het onrecht.
Lexicale Boom
conjurer
conjuring
conjure



























