Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to affirm
01
bevestigen, bekrachtigen
to strongly and sincerely state that a particular statement or belief is true
Transitive: to affirm a statement or belief
Voorbeelden
The scientist affirmed the validity of the experimental results in the research paper.
De wetenschapper bevestigde de geldigheid van de experimentele resultaten in het onderzoekspaper.
02
bevestigen, bekrachtigen
to declare or confirm the truth, validity, or acceptance of a judgment, agreement, or statement
Transitive: to affirm a judgment or statement
Voorbeelden
The shareholders ' meeting was held to affirm the annual financial report and approve dividend payments.
De aandeelhoudersvergadering werd gehouden om het jaarlijkse financiële rapport te bevestigen en de uitkering van dividenden goed te keuren.
03
bevestigen, affirmeren
to answer positively or to confirm a statement or belief
Transitive: to affirm that
Voorbeelden
The scientist's research findings affirm that climate change is indeed occurring at an alarming rate.
De onderzoeksresultaten van de wetenschapper bevestigen dat klimaatverandering inderdaad in een alarmerend tempo plaatsvindt.
Lexicale Boom
affirmable
affirmative
affirmative
affirm



























