Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Affirmative
01
bevestiging, instemming
a response expressing agreement or consent
Voorbeelden
Her affirmative ended the debate on the proposal.
Haar bevestiging maakte een einde aan het debat over het voorstel.
affirmative
01
bevestigend, positief
indicating agreement
Voorbeelden
He gave an affirmative answer to the invitation.
Hij gaf een bevestigend antwoord op de uitnodiging.
02
bevestigend, ondersteunend
favorable or supportive in attitude or response
Voorbeelden
The committee 's response to the proposal was affirmative, indicating their full support for the new initiative.
Het antwoord van de commissie op het voorstel was bevestigend, wat hun volledige steun voor het nieuwe initiatief aangeeft.
03
optimistisch, positief
indicating confidence or expectation of positive outcomes
Voorbeelden
The team remained affirmative throughout the challenge.
Het team bleef bevestigend gedurende de hele uitdaging.
04
bevestigend, positief
(grammar) expressing or indicating a positive statement or response
Voorbeelden
The student 's reply was grammatically affirmative.
Het antwoord van de student was grammaticaal bevestigend.
Lexicale Boom
affirmative
affirm



























