to affirm
Pronunciation
/əˈfɝm/

Definitie en betekenis van "affirm"in het Engels

to affirm
01

bevestigen, bekrachtigen

to confirm a legal decision or judgment
Transitive: to affirm a statement or belief
to affirm definition and meaning
Voorbeelden
The appeal was affirmed by the higher court.
Het beroep werd bevestigd door de hogere rechtbank.
02

bevestigen, bekrachtigen

to declare or confirm the truth, validity, or acceptance of a judgment, agreement, or statement
Transitive: to affirm a judgment or statement
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
affirm
3e persoon enkelvoud
affirms
onvoltooid deelwoord
affirming
onvoltooid verleden tijd
affirmed
voltooid deelwoord
affirmed
Voorbeelden
The shareholders ' meeting was held to affirm the annual financial report and approve dividend payments.
De aandeelhoudersvergadering werd gehouden om het jaarlijkse financiële rapport te bevestigen en de dividenduitkeringen goed te keuren.
03

bevestigen, affirmeren

to answer positively or to confirm a statement or belief
Transitive: to affirm that
Voorbeelden
The scientist's research findings affirm that climate change is indeed occurring at an alarming rate.
De onderzoeksresultaten van de wetenschapper bevestigen dat klimaatverandering inderdaad in een alarmerend tempo plaatsvindt.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store