Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
twigs
Voorbeelden
The bird built its nest using twigs and leaves from the nearby trees.
De vogel bouwde zijn nest met takjes en bladeren van de nabijgelegen bomen.
to twig
01
uitlopen, vertakken
to grow or develop like a small branch
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
twig
3e persoon enkelvoud
twigs
onvoltooid deelwoord
twigging
onvoltooid verleden tijd
twigged
voltooid deelwoord
twigged
Voorbeelden
New leaves twig on the rose bush each spring.
Elke lente ontspruiten nieuwe bladeren aan de rozenstruik.
02
begrijpen, realiseren
to understand or grasp something, often after a delay or difficulty
Voorbeelden
I didn't twig the significance of the remark at first.
Ik heb het belang van de opmerking eerst niet begrepen.



























