Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
transient
Voorbeelden
The feeling of sadness was transient, passing quickly as she focused on happier thoughts.
Het gevoel van verdriet was tijdelijk, ging snel voorbij toen ze zich concentreerde op gelukkigere gedachten.
02
tijdelijk, vluchtig
present, active, or working in a place for a short, fleeting period before moving on
Voorbeelden
The construction industry often relies on transient workers who move from project to project.
De bouwsector is vaak afhankelijk van tijdelijke werknemers die van project naar project gaan.
03
tijdelijk, vergankelijk
causing an effect or producing results that extend beyond its own immediate occurrence or existence
Voorbeelden
His transient influence on the project left long-lasting changes that extended beyond his direct involvement.
Zijn tijdelijke invloed op het project liet langdurige veranderingen achter die verder gingen dan zijn directe betrokkenheid.
Voorbeelden
Transient mental acts, such as the decision to move, demonstrate how thoughts can influence physical reality.
Voorbijgaande mentale handelingen, zoals de beslissing om te bewegen, laten zien hoe gedachten de fysieke realiteit kunnen beïnvloeden.
Transient
Voorbeelden
The transient in the voltage lasted only milliseconds, but it disrupted the entire system.
De transiënt in de spanning duurde slechts milliseconden, maar verstoorde het hele systeem.
02
voorbijganger, tijdelijke bewoner
someone who is temporarily staying in a place for short time before moving on
Voorbeelden
The neighborhood had a mix of permanent residents and transients who stayed for brief periods.
De buurt had een mix van permanente bewoners en passeerders die voor korte perioden bleven.
03
een tijdelijke werker, een migrant
a person who is temporarily working in a particular place
Voorbeelden
Transients filled the construction site, moving from project to project based on demand.
De tijdelijke arbeiders vulden de bouwplaats, verplaatsend van project naar project op basis van vraag.
Lexicale Boom
transiently
transient
transi



























