toll
toll
toʊl
towl
/təʊl/

Definitie en betekenis van "toll"in het Engels

01

tol, weggebruiksbelasting

a charge collected for the use of a road, bridge, or tunnel
toll definition and meaning
02

prijs, kosten

a cost or sacrifice required to achieve or experience something
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
tolls
Voorbeelden
The crisis exacted a toll on the community.
De crisis eiste een tol van de gemeenschap.
03

klokgelui, slag

the sound made by a bell when it is struck slowly and repeatedly
Voorbeelden
The toll of the bell marked the end of the service.
Het luiden van de klok markeerde het einde van de dienst.
04

tarief voor interlokaal telefoongesprek, verbindingskosten voor telefoon

a payment made for a long-distance telephone connection
Dialectamerican flagAmerican
Voorbeelden
The toll was added to the monthly phone bill.
Het tol werd toegevoegd aan de maandelijkse telefoonrekening.
05

het dodental, het aantal slachtoffers

the number of people who have died or gotten injured because of a war, natural disaster, pandemic, etc.
Voorbeelden
Authorities reported a high toll of injuries and fatalities from the train derailment.
Autoriteiten meldden een hoog aantal gewonden en doden door het ontsporen van de trein.
to toll
01

luiden, slaan

to ring slowly, especially for a ceremonial or solemn purpose
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
toll
3e persoon enkelvoud
tolls
onvoltooid deelwoord
tolling
onvoltooid verleden tijd
tolled
voltooid deelwoord
tolled
Voorbeelden
The old tower tolled throughout the valley.
De oude toren luidde door de hele vallei.
02

tol heffen, tolgelden innen

to charge a fee for the use of a road, bridge, or other facility
Voorbeelden
They tolled each car that entered the highway.
Zij hieven tol voor elke auto die de snelweg opreed.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store