Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to stick out
01
opvallen, uitsteken
to be easily noticed, often due to being different from the surrounding elements
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
out
basiswerkwoord
stick
tegenwoordige tijd
stick out
3e persoon enkelvoud
sticks out
onvoltooid deelwoord
sticking out
onvoltooid verleden tijd
stuck out
voltooid deelwoord
stuck out
Voorbeelden
The tall tower stuck out on the skyline, drawing the eyes of all who passed by.
De hoge toren viel op aan de skyline en trok de aandacht van iedereen die langsliep.
02
uitsteken, uitkomen
to extend beyond the surface or edge of something
Voorbeelden
The cat's tail was sticking out from under the chair.
De staart van de kat stak uit onder de stoel.
03
verdragen, volhouden
to tolerate something or someone unpleasant
Voorbeelden
He stuck out the unpleasant task until it was completed.
Hij verdroeg de onaangename taak totdat deze was voltooid.



























