Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to stick out
[phrase form: stick]
01
opvallen, uitsteken
to be easily noticed, often due to being different from the surrounding elements
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
out
basiswerkwoord
stick
tegenwoordige tijd
stick out
3e persoon enkelvoud
sticks out
onvoltooid deelwoord
sticking out
onvoltooid verleden tijd
stuck out
voltooid deelwoord
stuck out
Voorbeelden
The neon sign stuck out on the dark street, guiding people to the open restaurant.
Het neonbord viel op in de donkere straat en leidde mensen naar het open restaurant.
02
uitsteken, uitkomen
to extend beyond the surface or edge of something
Voorbeelden
The mountain peak stuck out above the clouds.
De bergtop stak uit boven de wolken.
03
verdragen, volhouden
to tolerate something or someone unpleasant
Voorbeelden
The patient decided to stick out the painful treatment for better health.
De patiënt besloot de pijnlijke behandeling uit te houden voor een betere gezondheid.



























