Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
soundly
01
stevig, vast
in a way that is secure and firm
Voorbeelden
The door was closed soundly, with the latch securely fastened.
De deur was stevig gesloten, met de grendel veilig vastgemaakt.
02
diep, rustig
with complete strength, effectiveness, or depth
grammaticale informatie
Voorbeelden
The children slept soundly through the night.
De kinderen sliepen de hele nacht diep.
Voorbeelden
After a long day of hiking, she slept soundly through the night.
Na een lange dag wandelen sliep ze de hele nacht diep.
Lexicale Boom
soundly
sound



























