sham
Pronunciation
/ˈʃæm/
shammed

Definitie en betekenis van "sham"in het Engels

01

bedrog, zwendel

a thing that is falsely presented as something it is not
sham definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
shams
Voorbeelden
The politician 's promises were nothing but a sham, designed to win votes but never intended to be fulfilled.
De beloften van de politicus waren niets anders dan een schijnvertoning, ontworpen om stemmen te winnen maar nooit bedoeld om te worden nagekomen.
02

bedrieger, nep

a person pretending to be something they are not, often to deceive others
Voorbeelden
She realized he was a sham, pretending to be wealthy.
Ze realiseerde zich dat hij een bedrieger was, die deed alsof hij rijk was.
03

schijn, bedrog

a form of deception or pretense meant to mislead others
Voorbeelden
George abhorred sham and affectation, always striving for sincerity in his work.
George verafschuwde bedrog en aanstellerij, altijd strevend naar oprechtheid in zijn werk.
to sham
01

veinzen, simuleren

to pretend or falsely present something in order to deceive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
sham
3e persoon enkelvoud
shams
onvoltooid deelwoord
shamming
onvoltooid verleden tijd
shammed
voltooid deelwoord
shammed
Voorbeelden
She shammed her illness to get out of work, even though she felt fine.
Ze veinsde ziekte om niet te hoeven werken, ook al voelde ze zich goed.
01

nep, voorgewende

fake and intended to deceive or mislead others
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
most sham
vergrotende trap
more sham
gradueerbaar
Voorbeelden
The sham charity collected donations but used the funds for personal gain.
De nep-goededoelenorganisatie verzamelde donaties maar gebruikte de fondsen voor persoonlijk gewin.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store