to rustle
Pronunciation
/ˈɹəsəɫ/

Definitie en betekenis van "rustle"in het Engels

to rustle
01

ruisen, ritselen

to create a gentle, crackling sound, similar to dry leaves or paper moving
Intransitive
to rustle definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
rustle
3e persoon enkelvoud
rustles
onvoltooid deelwoord
rustling
onvoltooid verleden tijd
rustled
voltooid deelwoord
rustled
Voorbeelden
The autumn leaves rustled underfoot as people walked through the park.
De herfstbladeren ruisten onder de voeten van de mensen die door het park liepen.
02

stelen, wegnemen

to gather and take away cattle, horses, or sheep, typically illegally
Transitive: to rustle livestock
Voorbeelden
They planned to rustle sheep from the farmer ’s pasture for their own profit.
Ze waren van plan om schapen van de weide van de boer te stelen voor eigen gewin.
03

doorzoeken, voedsel zoeken

to search for and gather food, especially from natural sources
Intransitive
Voorbeelden
The birds rustled among the fallen leaves, looking for seeds.
De vogels roestelden tussen de gevallen bladeren, op zoek naar zaden.
01

geritsel, geruis

a light noise, like the noise of silk clothing or leaves blowing in the wind
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
rustles
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store