Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
rijk, welgesteld
owning a great amount of money or things that cost a lot
Voorbeelden
The rich family owned a private jet.
De rijke familie bezat een privéjet.
02
rijk, overvloedig
containing a high amount of fat, sugar, or other indulgent ingredients
Voorbeelden
The dessert was rich and decadent, featuring a buttery crust and a filling of sweet caramel.
Het dessert was rijk en decadent, met een boterige korst en een vulling van zoete caramel.
Voorbeelden
The forest is rich in biodiversity, housing countless species of plants and animals.
Het bos is rijk aan biodiversiteit en herbergt talloze soorten planten en dieren.
Voorbeelden
The artist used rich colors to convey the vibrancy of the landscape in his painting.
De kunstenaar gebruikte rijke kleuren om de levendigheid van het landschap in zijn schilderij over te brengen.
05
vruchtbaar, productief
marked by great fruitfulness
06
rijk, van grote waarde
of great worth or quality
07
rijk, overvloedig
very productive
08
luxueus, weelderig
suggestive of or characterized by great expense
09
rijk, met een hoog mineraalgehalte
high in mineral content; having a high proportion of fuel to air
Voorbeelden
The market was filled with a rich selection of fresh fruits and vegetables.
De markt was gevuld met een rijk assortiment vers fruit en groenten.
01
de rijken, de rijkdom
people who have possessions and wealth (considered as a group)
Lexicale Boom
richly
richness
rich



























