Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to protrude
01
uitsteken, uitpuilen
to project from a surface
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
protrude
3e persoon enkelvoud
protrudes
onvoltooid deelwoord
protruding
onvoltooid verleden tijd
protruded
voltooid deelwoord
protruded
Voorbeelden
The nail protruded from the wooden plank, making it difficult to smooth the surface.
De spijker stak uit uit het houten plank, waardoor het moeilijk was om het oppervlak glad te maken.
02
uitsteken, uitpuilen
swell or protrude outwards
03
uitsteken, uitpuilen
bulge outward
Lexicale Boom
protruding
protrusion
protrusive
protrude



























