Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to proceed
01
doorgaan, verdergaan
to begin a process or course of action
Intransitive: to proceed | to proceed with an activity
Voorbeelden
After discussing the matter, they decided to proceed with the plan.
Na bespreking van de kwestie besloten ze met het plan door te gaan.
02
voortgaan, vorderen
to be in the process of being done or carried out
Intransitive: to proceed in a specific manner
Voorbeelden
The project is proceeding as planned, with no major setbacks.
Het project verloopt volgens plan, zonder grote tegenslagen.
03
verdergaan, doorgaan
to continue speaking, especially after being interrupted
Intransitive: to proceed with speech
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
proceed
3e persoon enkelvoud
proceeds
onvoltooid deelwoord
proceeding
onvoltooid verleden tijd
proceeded
voltooid deelwoord
proceeded
Voorbeelden
Despite the interruption, the lecturer proceeded calmly with the lesson.
Ondanks de onderbreking vervolgde de docent kalm de les.
Voorbeelden
The convoy proceeded down the highway, heading towards the city.
Het konvooi vervolgde zijn weg over de snelweg, richting de stad.
Lexicale Boom
proceeding
proceed



























