Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to accord
01
toekennen, verlenen
to grant permission or approval for someone to possess or have something
Ditransitive: to accord sb a right or permission
Voorbeelden
The court accorded the claimant ownership rights over the disputed property.
De rechtbank verleende de eiser eigendomsrechten over het betwiste eigendom.
02
overeenstemmen, harmoniëren
to agree or correspond with one another in a compatible way
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
accord
3e persoon enkelvoud
accords
onvoltooid deelwoord
according
onvoltooid verleden tijd
accorded
voltooid deelwoord
accorded
Voorbeelden
Their opinions on the matter accorded perfectly after the discussion.
Hun meningen over de kwestie kwamen perfect overeen na de discussie.
Accord
01
harmonie, overeenstemming
natural harmony between people or things
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
accords
Voorbeelden
His views were in accord with those of the committee.
Zijn opvattingen waren in overeenstemming met die van de commissie.
02
overeenkomst, akkoord
a state of agreement or concurrence of opinion, will, or feeling among individuals or groups
Voorbeelden
The treaty was signed in full accord, ending years of conflict.
Het verdrag werd in volledige overeenstemming ondertekend, waarmee een einde kwam aan jaren van conflict.
Lexicale Boom
accordance
accordant
disaccord
accord



























