Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to lessen
01
verminderen, verkleinen
to become smaller in extent, size, or range
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
lessen
3e persoon enkelvoud
lessens
onvoltooid deelwoord
lessening
onvoltooid verleden tijd
lessened
voltooid deelwoord
lessened
Voorbeelden
The tension lessened as the negotiations progressed.
De spanning verminderde naarmate de onderhandelingen vorderden.
02
verminderen, verlagen
to reduce the amount or degree of something
Transitive: to lessen degree of something
Voorbeelden
Implementing sustainable practices can lessen the company's carbon footprint.
Het implementeren van duurzame praktijken kan de ecologische voetafdruk van het bedrijf verkleinen.
Lexicale Boom
lessened
lessening
lessen



























