sträuben
sträuben
ʃtʁɔɪ̯bɐn
shtroybn

Definitie en betekenis van "sträuben"in het Duits

sträuben
01

zich verzetten, weerstand bieden

Sich widersetzen oder gegen etwas wehren, oft aus Ablehnung oder Trotz 
sträuben definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
sträube
3e persoon enkelvoud
sträubt
onvoltooid deelwoord
sträubend
onvoltooid verleden tijd
sträubte
voltooid deelwoord
gesträubt
Voorbeelden
Das Kind sträubte sich gegen den Mittagsschlaf. 

Het kind verzette zich tegen het middagdutje.

02

overeind staan, opzetten

(Haare, Federn) sich aufrichten, meist aus Angst, Wut oder Kälte 
sträuben definition and meaning
Voorbeelden
Bei dem lauten Geräusch sträubten sich meine Haare. 

Bij het harde geluid, stonden mijn haren overeind.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store