Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
füttern
01
voeden, eten geven
Einem Tier, einem Baby oder einer hilfsbedürftigen Person Nahrung geben
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
füttere
3e persoon enkelvoud
füttert
onvoltooid deelwoord
fütternd
onvoltooid verleden tijd
fütterte
voltooid deelwoord
gefüttert
Voorbeelden
Er füttert jeden Morgen die Katzen.
Hij voedt de katten elke ochtend.



























