Zoeken
binden
[past form: band]
01
binden, vastmaken
Etwas mit etwas anderem fest verbinden oder befestigen
Voorbeelden
Er bindet die Schuhe.
Hij bindt de schoenen.
02
binden, verbinden
Jemanden an eine Verpflichtung oder Regel binden
Voorbeelden
Das Gesetz bindet die Unternehmen an bestimmte Vorschriften.
De wet bindt bedrijven aan bepaalde voorschriften.


























