Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
beruhigen
01
kalmeren, geruststellen
Jemanden oder etwas ruhiger machen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
be
basiswerkwoord
ruhigen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
beruhige
3e persoon enkelvoud
beruhigt
onvoltooid deelwoord
beruhigend
onvoltooid verleden tijd
beruhigte
voltooid deelwoord
beruhigt
Voorbeelden
Musik beruhigt oft die Nerven.
Muziek kalmeert vaak de zenuwen.
02
kalmeren, ontspannen
Sich entspannen
Voorbeelden
Die Kinder beruhigen sich nach dem Spielen.
De kinderen kalmeren na het spelen.



























