Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
évoquer
01
oproepen, herinneren
rappeler un souvenir, faire venir à l'esprit
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
évoque
1e persoon meervoud
évoquons
1e persoon toekomende tijd
évoquerai
onvoltooid deelwoord
évoquant
voltooid deelwoord
évoqué
1e persoon meervoud imperfectum
évoquions
Voorbeelden
Ce parfum évoque l' été.
Dit parfum roept de zomer op.
02
vermelden, aanduiden
parler de quelque chose, mentionner
Voorbeelden
Il a évoqué la possibilité d' un voyage.
Hij bracht de mogelijkheid van een reis ter sprake.



























